Limburgse boeren en tuinders zetten bokashi in als bodemverbeteraar. Ze kunnen maaisel en andere groene reststromen van gemeenten, waterschappen en natuurorganisaties uit de buurt binnen twaalf weken verwerken tot nuttig organisch materiaal voor op het land.
Teler Eric de Loo uit het Midden-Limburgse Sint Joost heeft voor het tweede jaar op rij bokashi gemaakt. ‘De eerste resultaten vind ik positief. Ik zie dat het bodemleven goed op gang komt en het gehalte aan organische stof gaat omhoog’, zegt hij. ‘Natuurlijk moet ik wel voorzichtig zijn en is het de vraag of deze goede ervaringen ook de komende jaren doorzetten.’
Bokashi is het Japanse woord voor ‘gefermenteerd organisch materiaal’. Om dat te maken, drukt de teler met een shovel een slordige 100 ton maaisel en andere reststromen stevig aan. Gemalen schelpen, kleimineralen en micro-organismen zorgen dat het fermentatieproces op gang komt. Net als bij het inkuilen van gras of mais wordt het organische materiaal afgedekt met plastic.
Het zelf maken en benutten van bokashi gebeurt op relatief kleine schaal in de Nederlandse land- en tuinbouw. Met het project ‘kleine Kringloop Organische reststromen Limburg’ willen de deelnemers het gebruik stap voor stap opschalen. Daarnaast doen wetenschappers onderzoek naar de langetermijneffecten van het benutten van de reststromen op het land. Daarvoor zijn nulmetingen nodig om de veranderingen in de bodem te kunnen meten.
Minder kunstmest nodig
Philippe van der Grinten is procesbegeleider en heeft op zo’n vijftien Limburgse boerenbedrijven bokashi gemaakt. In de verbeterde bodem komt stikstof gedoseerd vrij, waardoor minder kunstmest nodig is. Ook zorgt meer organische stof ervoor dat de bodem vocht beter vasthoudt.
‘Het is een prima voorbeeld van kringlooplandbouw’, vindt Van der Grinten. ‘Als het organische materiaal uit de buurt komt, is het vrijgesteld van de mestwetgeving.’ De provincie geeft een ontheffing om het ook op het land te mogen brengen.
‘We zorgen dat het maaisel vrij is van zwerfafval en meten de zuurgraad en stikstof- en koolstofverhoudingen in de bokashi’, zegt Van der Grinten. Het is vervolgens aan de boer of tuinder om de bodemverbeteraar met een mestverspreider uit te rijden. ‘Het grote verschil met composteren is dat het fermentatieproces plaatsvindt zonder zuurstof. De koolstof blijft volledig beschikbaar als voedsel voor het bodemleven en verdwijnt niet in de lucht.’
Voor de LLTB past het bokashiproject in de route naar een natuurinclusieve land- en tuinbouw. Met een natuurinclusieve sector beoogt de LLTB een economisch rendabel landbouwsysteem te realiseren dat zorgt voor toekomstbestendige agrarische bedrijven. De proeven maken deel uit van het landelijke programma Circulair Terreinbeheer.
‘De methode kost arbeid. Maar omdat de bodem beter vocht en voedingsstoffen vasthoudt, kan bespaard worden op beregening en meststoffen’, stelt LLTB-projectleider Sietse Hartman. ‘Daarnaast pleiten we voor een gezonde bodem als basis voor een gezonde teelt.’